COLUMN ‘3 obstakels’

3 Obstakels ‛Allemachtig, wat is het druk.‛ Ik hou deze constatering maar voor mijzelf, want dit hardop uitspreken zal toch niemand bereiken. Mijn stem is niet opgewassen tegen de harde muziek uit de boxen en de daardoor tegen elkaar schreeuwende concertgangers. Hij met wie ik daar ben heeft zojuist de klapdeuren naar de grote zaal geopend. De rij buiten op de stoep had al verraden dat we niet de enigen zouden zijn.

Toen wij aan de beurt waren om het gebouw te betreden, was het wederom de drempel die voor een kleine opstopping zorgde. Daar was dus nog steeds geen oplossing voor bedacht, hoewel ik dit verschillende malen heb aangekaart bij een van de medewerkers. Iets met de prioriteiten stellen? Een kleine plank zou daartoe al voldoende zijn. Volgende keer zelf maar eentje meenemen, neem ik mij steeds voor. De drempel is zo’n 6 à 7 centimeter hoog, wat met enige inspanning te doen is, maar vormt voor mij en mijn elektrische rolstoel een flinke blokkade.

Twee personen achter mij in de rij willen behulpzaam zijn door spontaan, maar ongevraagd tegen de rugleuning mijn rolstoel te duwen. ″Doe maar niet″, zeg ik vriendelijk bedankend. Wat ik op dat moment echt dacht hou ik maar voor mezelf.

Eenmaal in de zaal wil ik diagonaal naar de overkant. Het is nog zo’n 15 meter tot ik daar ben waar ik wil staan. Daartoe moet ik mij dus wel door een oerwoud van mensen wurmen, dus schakel ik het verstand op nul. Mijn kompaan schuifelt voor mij uit om een weg te banen. Ik doe de lampen van mijn rolstoel maar aan om hem en dus mijzelf daarbij te ondersteunen.

De vloer binnen is overal egaal weet ik. Desondanks rij ik over een aantal hobbel. Dat zijn vermoedelijk de tenen van hen die niet genoeg aan de kant gaan. Of ligt het aan mij? In stilte zeg ik sorry, want een daadwerkelijke poging daartoe zal toch niet slagen. Wanneer mensen niet in de gaten hebben dat ik er aan kom, worden ze door anderen op mij geattendeerd. Geïrriteerd raken hoef en doe ik dus ook niet, eh nauwelijks.

Na afloop gaat het idem dito. Voor mij uit wordt gepoogd ruimte te creëren en ik doe mijn lichten aan om mijn komst aan te kondigen. Vanuit de mensenmassa die ik in een slakkengang doorklief word ik een enkele keer betrokken bij de evaluatie van het concert. Vragen als ″Het was gaaf, hè?″ of ″Heb je het leuk gehad″ worden aan mij voorgelegd, afgewisseld met opmerkingen als ″Zo-ho, jij hebt felle lampen″. Ook krijg ik menigmaal te horen dat het gaaf of zelfs supertof is dat zelfs ik naar een concert ga. Een enkeling onderbouwt dit met een schouderklopje.

Geert Jan Den Hengst

1 thought on “COLUMN ‘3 obstakels’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *